ECLI:NL:RBSGR:2006:AY4151
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening verblijf op grond van schrijnende omstandigheden afgewezen beleid
Verzoeker, een Ethiopische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden. Verweerder wees de aanvraag af zonder asielgerelateerde aspecten mee te wegen. De voorzieningenrechter constateerde dat er geen beleid bestaat in de Vreemdelingencirculaire 2000 omtrent de discretionaire bevoegdheid in schrijnende gevallen zoals bedoeld in artikel 3.4, derde lid, Vreemdelingenbesluit.
De minister gaf in een Kamerbrief aan dat schrijnendheid wordt beoordeeld op basis van een samenstel van bijzondere factoren, maar concrete criteria ontbreken. Verweerder kon niet aangeven hoe deze factoren worden gewogen, waardoor toetsing door de rechter niet mogelijk is. Gezien het ontbreken van beleid en onvoldoende motivering achtte de voorzieningenrechter het belang van verzoeker bij verblijf in Nederland zwaarder dan het belang van verweerder bij uitzetting.
De rechtbank verbood daarom de uitzetting totdat op het beroep is beslist, wees de kosten toe aan verzoeker en bepaalde dat de Staat het griffierecht moet vergoeden. Er is geen gewoon rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat op het beroep is beslist en wijst de voorlopige voorziening toe.