ECLI:NL:RBSGR:2006:AY4185
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestemmingswaarde WOZ-landgoed volgens Natuurschoonwet 1928
Eiser betwistte de waardebepaling van zijn landgoed, dat valt onder de Natuurschoonwet 1928, waarbij verweerder de waardes van diverse onroerende zaken had vastgesteld voor de WOZ-heffing. Het geschil betrof vooral de wijze van berekening van de instandhoudingsfactor die de waarde corrigeert vanwege de verplichting het landgoed in stand te houden.
Verweerder gebruikte een model met een wegingsfactor voor ongebouwd en gebouwd terrein, terwijl eiser de factoren vermenigvuldigde conform de DUWOZ taxatie-instructie. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende inzicht gaf in zijn model en het niet consequent toepaste. De factor voor ongebouwd werd vastgesteld op 75% en voor gebouwd op 25%, resulterend in een totale factor van 0,7.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde nieuwe waardes voor de onroerende zaken op basis van deze factor. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard, waarmee de waardering werd gecorrigeerd in het voordeel van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de WOZ-waardes worden vastgesteld met een instandhoudingsfactor van 0,7.