ECLI:NL:RBSGR:2006:AY4290
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- J.J.B. Hulst
- G.J. Ebbeling
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij verkrijging onverdeeld aandeel buiten termijn
Eiseres, een pensioenfonds, heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting die door verweerder is opgelegd wegens de verkrijging van een onverdeeld aandeel van 49% in een bedrijfspand. De kern van het geschil was of deze verkrijging binnen het in het Besluit van 13 mei 2002 gestelde tijdvak van zes maanden na de ingangsdatum van de verhuur had plaatsgevonden.
De rechtbank stelde vast dat het pand vanaf 1 december 2003 werd verhuurd en dat de verkrijging van het onverdeelde aandeel plaatsvond op 1 juni 2004, na afloop van het tijdvak. Eiseres betoogde dat het tijdvak pas op 2 december 2003 begon te lopen en dat het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel verweerder binden vanwege eerdere correspondentie en een gedragslijn van de Belastingdienst.
De rechtbank verwierp deze argumenten. Het Besluit bepaalt uitdrukkelijk dat het tijdvak aanvangt vanaf de ingangsdatum van de verhuur, zonder uitstel tot de dag erna. Bovendien was het Besluit geen wet of algemene maatregel van bestuur, waardoor de Algemene Termijnenwet niet van toepassing was. De rechtbank oordeelde ook dat verweerder geen rechtens te honoreren vertrouwen had gewekt dat de overschrijding van het tijdvak niet zou leiden tot naheffing. De gedragslijn waar eiseres zich op beroept was onvoldoende onderbouwd en niet bindend.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.