ECLI:NL:RBSGR:2006:AY4914
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
KPN vordert gelijke behandeling ten opzichte van kabelmaatschappijen in telecommunicatiemarkten
KPN heeft de Staat, OPTA en NMa gedagvaard wegens vermeend onrechtmatig handelen door ongerechtvaardigde en discriminerende behandeling ten opzichte van kabelmaatschappijen in de telecommunicatiemarkt. KPN stelt dat zij door regelgeving en besluiten van toezichthouders op achterstand wordt gezet, terwijl kabelmaatschappijen meer vrijheid genieten, wat strijdig is met het gelijkheidsbeginsel.
KPN vordert dat de Staat en OPTA maatregelen nemen om een 'level playing field' te creëren en asymmetrische behandeling te onderzoeken en te corrigeren. De Staat, OPTA en gevoegde kabelmaatschappijen verweren zich met het argument dat KPN voldoende bestuursrechtelijke rechtsmiddelen heeft en dat lopende procedures bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de geldigheid van de marktanalysebesluiten waarborgen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat KPN niet-ontvankelijk is voor zover haar vorderingen dezelfde onderwerpen betreffen als de lopende procedures bij het CBb en wijst de overige vorderingen af. KPN wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechter benadrukt dat de bestuursrechtelijke procedures adequaat zijn en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om hiervan af te wijken.
Uitkomst: KPN wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en haar overige vorderingen worden afgewezen.