ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5295
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Weigering alleenstaande ouderkorting wegens gezamenlijk huishouden met moeder kinderen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van de alleenstaande ouderkorting en de aanvullende alleenstaande ouderkorting voor het jaar 2003. De Belastingdienst had deze kortingen geweigerd omdat de moeder van de kinderen volgens de basisadministratie op hetzelfde adres als eiser woonde, waardoor geen sprake was van een alleenstaande ouder die een huishouden voert met zijn kinderen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser woonachtig was op een adres waar ook de moeder van zijn kinderen en hun twee minderjarige kinderen stonden ingeschreven. Eiser heeft niet voldoende bewijs geleverd dat hij in 2003 alleen met zijn kinderen een huishouden voerde; zijn verklaring dat het adres slechts als postadres voor de moeder diende was onvoldoende. Tevens kon eiser geen gegevens over de verblijfplaats van de moeder overleggen.
Gelet op deze feiten concludeert de rechtbank dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 8.15 Wet IB 2001 voor de alleenstaande ouderkorting. Ook de aanvullende alleenstaande ouderkorting wordt daarom geweigerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de alleenstaande ouderkortingen worden geweigerd.