ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5336
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.Th. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstandsuitkering buiten behandeling gelaten wegens onvolledigheid
Eiser diende een aanvraag in voor een uitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand (WWB). Verweerder stelde dat de aanvraag onvolledig was en verzocht eiser meerdere financiële en administratieve documenten aan te leveren binnen een termijn van veertien dagen. Omdat eiser niet tijdig en volledig aan dit verzoek voldeed, liet verweerder de aanvraag buiten behandeling.
Eiser voerde aan dat de termijn te kort was en dat hij de gevraagde stukken niet tijdig kon verkrijgen, mede omdat de financiële administratie door derden werd verzorgd. De rechtbank oordeelde echter dat de gevraagde stukken voornamelijk persoonlijke en zakelijke documenten betroffen waarover eiser redelijkerwijs binnen de gestelde termijn kon beschikken.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet had aangegeven dat hij niet over bepaalde stukken kon beschikken en ook geen verzoek om uitstel had gedaan. Bovendien had eiser tijdens de hoorzitting nog de mogelijkheid gekregen om de stukken alsnog te overleggen, maar maakte hij hier geen gebruik van.
Gelet op het feit dat eiser op grond van de Awb verplicht was alle relevante informatie te verstrekken en dat verweerder zijn bevoegdheid tot het buiten behandeling laten van de aanvraag marginaal werd getoetst, concludeerde de rechtbank dat het besluit van verweerder rechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het buiten behandeling laten van de onvolledige aanvraag.