ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5396
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezinshereniging minderjarig kind met Nederlandse ouder
Eiseres, een minderjarig kind met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel gezinshereniging met haar vader, die de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit bezit. Verweerder wees dit verzoek af omdat de feitelijke gezinsband door een langdurige scheiding van twaalf jaar was verbroken en er geen uitzonderingen van toepassing waren.
De rechtbank oordeelde dat de Richtlijn 2003/86/EG niet rechtstreeks van toepassing is op gezinshereniging met Nederlandse burgers, maar dat het beleid van verweerder de Richtlijn overeenkomstig toepast. De rechtbank vond dat het beleid met een referteperiode van vijf jaar als omslagpunt voor de bewijslastverdeling niet de grenzen van de Richtlijn overschrijdt.
Eiseres voerde aan dat de Richtlijn niet correct was geïmplementeerd en dat artikel 8 EVRM Pro was geschonden, onder meer omdat haar grootmoeder ziek is en er onvoldoende familie in Marokko is om voor haar te zorgen. De rechtbank vond echter dat onvoldoende was aangetoond dat er geen aanvaardbare toekomst voor haar in Marokko is en dat het belang van verweerder om het gezinsleven buiten Nederland voort te zetten zwaarder woog.
De rechtbank concludeerde dat de feitelijke gezinsband redelijkerwijs als verbroken kan worden beschouwd en dat de weigering van de mvv niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op gezinshereniging wordt ongegrond verklaard omdat de feitelijke gezinsband is verbroken en de weigering niet in strijd is met artikel 8 EVRM.