ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5404
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.C. Dedel-van Walbeek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ontheffing afschot spreeuwen ter voorkoming van gewasschade
Stichting De Faunabescherming stelde beroep in tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland om op basis van de Flora- en faunawet een ontheffing te verlenen aan de Faunabeheereenheid Zuid-Holland voor het afschot van spreeuwen ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen.
De rechtbank oordeelt dat het verlenen van de ontheffing door verweerder in overeenstemming is met artikel 68 van Pro de Flora- en faunawet, aangezien er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de gunstige staat van instandhouding van de spreeuwensoort niet wordt aangetast. De ontheffing is gebonden aan voorwaarden, waaronder het inzetten van preventieve maatregelen voordat tot afschot wordt overgegaan.
De rechtbank stelt vast dat de provincie Zuid-Holland behoort tot een gebied waar spreeuwen aanzienlijke schade aanbrengen aan diverse gewassen, zoals kersen, appels en bessen. De door eiseres aangevoerde schadegegevens uit het verleden bieden onvoldoende inzicht in de daadwerkelijke schade en de effectiviteit van afschot als preventiemiddel is niet overtuigend weerlegd.
De intrinsieke waarde van de dieren is meegenomen in de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het faunabeheerplan. Gezien deze overwegingen is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontheffing voor het afschot van spreeuwen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.