ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5668
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie wegens onbetekenende inkomensachteruitgang
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 7 maart 2006 het verzoek van de vrouw tot verlenging van de partneralimentatie die de man aan haar betaalde. De alimentatieplicht was eerder vastgesteld en zou eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de vrouw. De vrouw stelde dat beëindiging van de alimentatie per die datum een ingrijpende inkomensdaling zou veroorzaken, waardoor verlenging redelijk en billijk zou zijn.
De man betwistte dit en stelde dat rekening houdend met de verevening van pensioenrechten het inkomen van de vrouw na beëindiging van de alimentatie nagenoeg gelijk zou blijven. De rechtbank overwoog dat de alimentatieplicht onder het oude regime valt, waarbij beëindiging de uitzondering is en niet de regel. Het toetsingscriterium is of de inkomensachteruitgang ingrijpend is of van onbetekenende aard.
Uit de berekeningen bleek dat het netto inkomen van de vrouw zou dalen van circa €1.651 naar €1.588 per maand, een verschil dat de rechtbank als onbetekenend beoordeelde. Ook werd meegewogen dat een lichte terugval in inkomen bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd maatschappelijk aanvaardbaar is. De vrouw had onvoldoende gemotiveerd dat de daling ingrijpend was.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en bepaalde dat de alimentatieplicht van de man per de overeengekomen datum van rechtswege eindigt. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: De alimentatieplicht van de man wordt niet verlengd omdat de inkomensachteruitgang van de vrouw van onbetekenende aard is.