ECLI:NL:RBSGR:2006:AY5735
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gevaar voor openbare orde ondanks categoriaal beschermingsbeleid Centraal-Irak
Eiser, afkomstig uit Centraal-Irak, diende in 1999 een asielaanvraag in die onherroepelijk werd afgewezen. In 2005 vroeg hij opnieuw een verblijfsvergunning aan, gebaseerd op het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak en de verblijfsvergunning van zijn zoontje. De rechtbank oordeelt dat het categoriaal beschermingsbeleid alleen ziet op vergunningen op grond van artikel 29 lid 1 onder Pro d van de Vreemdelingenwet 2000 en dat hernieuwde beoordeling alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden.
Eiser werd veroordeeld voor een misdrijf en vormt daardoor een gevaar voor de openbare orde, waardoor hij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Zijn beroep op Richtlijn 2004/83/EG faalt omdat de implementatietermijn nog niet verstreken is en de richtlijn nationale veiligheids- en openbare ordebezwaren toestaat.
De rechtbank stelt dat de situatie van eiser en zijn gezin geen nieuwe feiten bevat die hernieuwde beoordeling rechtvaardigen. Ook het beroep op het gezinsleven en het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind leidt niet tot een andere uitkomst. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde.