ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6128
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale eenheid omzetbelasting en toepassing Zesde richtlijn
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de beschikking van de inspecteur waarbij zij gezamenlijk als fiscale eenheid omzetbelasting werden aangemerkt. Eisers stelden dat de inspecteur niet bevoegd was om hen allen zonder hun uitdrukkelijke verzoek als fiscale eenheid aan te merken en dat de beslissing onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank overwoog dat artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 dwingend voorschrijft dat alle personen en lichamen die aan de gestelde eisen voldoen tezamen als één ondernemer worden aangemerkt. Dit is niet in strijd met artikel 4, vierde lid, van de Zesde richtlijn, waarin het woord 'kan' aangeeft dat lidstaten zelf mogen bepalen of zij fiscale eenheden toestaan.
Omdat eisers niet betwistten dat zij aan de voorwaarden voldeden, was de inspecteur verplicht hen gezamenlijk als fiscale eenheid aan te merken. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur geen nadere motivering hoefde te geven en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de fiscale eenheid omzetbelasting is bevestigd zonder uitsluiting van partijen.