ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6186
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening recht op bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Eiseres kreeg van verweerder bijstand verstrekt over de periode 1 januari 1999 tot en met 31 mei 2003. Verweerder stelde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door het verzwijgen van spaarrekeningen van haar minderjarige kinderen, waardoor het recht op bijstand niet langer kon worden vastgesteld. Op grond hiervan trok verweerder het recht op bijstand in en vorderde een bedrag van €56.543,48 terug.
Eiseres stelde zich op het standpunt dat het besluit onjuist was, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het juiste toetsingskader was uitgegaan, ondanks een onjuiste verwijzing naar bepaalde wetsartikelen. De rechtbank stelde vast dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden en dat verweerder daardoor niet kon beoordelen of zij recht op bijstand had gedurende de genoemde periode.
Hoewel het besluit op formele gronden werd vernietigd wegens strijd met de wet, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiseres. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen en verweerder veroordeeld in proceskosten.