ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6192
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onjuiste wetsgrondslag met instandhouding rechtsgevolgen
Eisers ontvingen bijstand over verschillende perioden, waarbij verweerder het recht op bijstand introk en terugvordering van bedragen vorderde wegens het niet melden van bankrekeningen. Het bestreden besluit werd gebaseerd op artikel 17 WWB Pro, terwijl volgens de rechtbank artikel 54 en Pro 58 WWB van toepassing zijn. Eisers betwistten de schending van de inlichtingenplicht en stelden dat de saldi op de verzwegen rekeningen aan familieleden toebehoorden.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van familieleden onvoldoende bewijs boden dat de saldi niet aan eisers toebehoorden. De bankrekeningen stonden op naam van eisers en de transacties waren door hen verricht. Hierdoor was de inlichtingenplicht geschonden. Verweerder had daardoor geen volledig inzicht in de vermogenspositie van eisers, wat het recht op bijstand beïnvloedde.
Hoewel het besluit op formele gronden werd vernietigd wegens verkeerde wetsgrondslag, handhaafde de rechtbank de rechtsgevolgen omdat het juiste toetsingskader was toegepast. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste wetsgrondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.