ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6505
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke toetsing mvv-vereiste bij medische behandeling en behandelingsmogelijkheden in buurlanden Somalië
Eiser, een Somalische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel medische behandeling. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling daarvoor kreeg. Het Bureau Medische Advisering (BMA) stelde vast dat eiser beperkte behandeling in Somalië kon krijgen en dat uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn zou veroorzaken.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet verlangde dat eiser de mvv-procedure in Somalië doorliep, maar in het dichtsbijzijnde land met een Nederlandse vertegenwoordiging. Het BMA-advies richtte zich echter alleen op behandelingsmogelijkheden in Somalië en niet in die buurlanden. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet kon baseren op het BMA-advies om te concluderen dat eiser zich tot het dichtsbijzijnde land moest wenden voor de mvv-procedure.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder niet dat geen medische noodsituatie op korte termijn zou ontstaan bij uitblijven van behandeling, omdat het BMA-advies dit niet onomstotelijk uitsloot. Verweerder handelde daarmee in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.