ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6508
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bescherming en traumabeleid
Eisers, van Tadzjiekse nationaliteit, vroegen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder werd afgewezen. De rechtbank toetste het besluit en oordeelde dat verweerder onvoldoende en niet zorgvuldig had onderzocht of eiseres bescherming kon krijgen van de Tadzjiekse autoriteiten tegen discriminatie door de Koeljabi bevolkingsgroep.
Daarnaast werd het beroep op het traumatabeleid afgewezen door verweerder, omdat niet was vastgesteld dat eiseres getuige was van de mishandeling van haar echtgenoot en dat die mishandeling de reden was voor vertrek. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had doorgevraagd tijdens het nader gehoor en dat eiseres niet kon worden verweten niet spontaan te verklaren over haar aanwezigheid bij de mishandeling.
Verder concludeerde de rechtbank dat het vertrek binnen zes maanden na de mishandeling was, waardoor een causaal verband aannemelijk was. Het enkele feit dat het vertrek ook om eerdere traumatische ervaringen was besloten, sluit dit verband niet uit.
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten. Eisers kregen zes weken om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.