ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6512
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting Iraakse asielzoeker wegens onduidelijkheid over EU-beleid
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder werd afgewezen. Verzoeker stelde dat de beëindiging van het categoriale beschermingsbeleid ten aanzien van Centraal-Irak berustte op onjuiste veronderstellingen over het beleid in andere EU-landen, met name Duitsland.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek in de bodemprocedure nodig is naar het relevante beleid in andere EU-landen en de juistheid van de door verweerder gebruikte informatie. Gezien de onzekerheid en het belang van verzoeker, die vreest voor vervolging bij uitzetting, werd het belang van verzoeker om niet uitgezet te worden zwaarder gewogen dan het belang van verweerder bij onmiddellijke uitzetting.
Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen die de uitzetting verbiedt totdat de rechtbank over het beroep heeft beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige toetsing van categoriale beschermingsmaatregelen en het EU-beleid in asielzaken.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt voorlopig verboden totdat de rechtbank op het beroep heeft beslist.