ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6520
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging toegangsweigering wegens ontbreken schriftelijke beslissing aan grens
Verzoekster, een Nigeriaanse vreemdeling, werd mondeling de toegang tot Nederland geweigerd door een ambtenaar belast met grensbewaking. Zij stelde dat de weigering onrechtmatig was omdat deze niet schriftelijk was vastgelegd, zoals voorgeschreven in de Vreemdelingencirculaire en de Europese Schengengrenscode.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder, neergelegd in de Vreemdelingencirculaire en gewijzigd bij WBV 2006/16, een wettelijke grondslag heeft en dat de schriftelijke toegangsweigering een essentieel vormvoorschrift is. De schending van dit voorschrift kan niet worden gepasseerd omdat het een belangrijke rechtswaarborg betreft.
Verweerder had betoogd dat de mondelinge mededeling voldoende was en dat de schending van het vormvoorschrift niet tot vernietiging moest leiden, maar de rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die hiervan konden afwijken.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het administratief beroep gegrond. De toegangsweigering werd opgeheven en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de mondelinge toegangsweigering wegens ontbreken van een schriftelijke beslissing en verklaart het administratief beroep gegrond.