ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6559
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing en opschorting dwangsom inzake verblijfsvergunning medische behandeling
Verweerster diende op 4 januari 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor medische behandeling, die door de Minister werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd de Minister door de rechtbank opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Bij uitspraak van 3 november 2004 werd een dwangsom opgelegd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar.
De Minister verleende op 8 december 2004 een verblijfsvergunning onder de beperking 'conform beschikking minister' in afwachting van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). De rechtbank oordeelde echter dat dit besluit niet voldeed aan de hoofdveroordeling omdat het geen besluit op het bezwaar was. De Minister had onvoldoende inspanningen verricht om het BMA te bewegen het advies te bespoedigen en had niet tijdig verzet aangetekend of de dwangsom geschorst.
De rechtbank stelde vast dat de Minister niet in de onmogelijkheid verkeerde om aan de hoofdveroordeling te voldoen en dat het verzoek tot opheffing en opschorting van de dwangsom daarom werd afgewezen. Tevens werd de Minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verweerster.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing en opschorting van de dwangsom wordt afgewezen en de Minister wordt veroordeeld in de proceskosten.