ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6635
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortzetting grensdetentie wegens nader onderzoek asielmotieven Iraakse vreemdeling
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 17 mei 2006 de toegang tot Nederland geweigerd en onderging een vrijheidsontnemende maatregel in het Grenshospitium. Hij diende een asielaanvraag in en stelde beroep in tegen de voortzetting van de detentie, die was gebaseerd op nader onderzoek naar zijn asielmotieven.
De rechtbank vroeg verweerder om nadere informatie over de aard en noodzaak van het onderzoek. Verweerder gaf aan dat vertaling van documenten, onderzoek naar vlucht- of vestigingsalternatieven en een onderzoek door het Bureau Land en Taal naar de positie van Mandeeërs in Irak plaatsvonden. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat hij in het bezit was van een geldig paspoort en alle gegevens bekend waren.
De rechtbank oordeelde dat de gevraagde informatie niet diende om de termijn van zes weken te toetsen, maar om de noodzakelijkheid van het nader onderzoek te beoordelen. Gezien de beoordelingsruimte van verweerder en de gegeven toelichting achtte de rechtbank het nader onderzoek en daarmee de voortzetting van de maatregel redelijk en gerechtvaardigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen reden om partijen in de kosten te veroordelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de grensdetentie wegens nader onderzoek naar asielmotieven is ongegrond verklaard.