ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6987
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Geschil over onderlinge vervangbaarheid van Strattera en Ritalin voor ADHD-behandeling
Eli Lilly vordert dat Strattera, een geneesmiddel voor ADHD met de werkzame stof atomoxetine, wordt opgenomen op bijlage 1B van de Regeling zorgverzekering, zodat het niet als onderling vervangbaar met Ritalin wordt beschouwd en volledig wordt vergoed. De Minister van Volksgezondheid heeft zich aangesloten bij het advies van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) om Strattera op bijlage 1A te plaatsen, in de cluster met methylfenidaat (Ritalin), wat een vergoedingslimiet kent.
De rechtbank beoordeelt of er sprake is van klinisch relevante verschillen in eigenschappen tussen Strattera en Ritalin die bepalend zijn voor de keuze van de arts en die zich voordoen bij de gehele patiëntenpopulatie. Uit het farmacotherapeutisch rapport van de Commissie farmaceutische hulp (CFH) blijkt dat er onvoldoende bewijs is voor dergelijke verschillen. Hoewel er aanwijzingen zijn voor individuele verschillen in gevoeligheid, zijn deze niet voldoende om Strattera als niet-onderling vervangbaar te classificeren.
Lilly stelt dat een substantiële subgroep van patiënten niet op methylfenidaat reageert en wel op atomoxetine, maar kan dit niet aannemelijk maken met objectief-wetenschappelijke gegevens. De rechtbank oordeelt dat de Minister in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen en wijst de vordering van Lilly af. Lilly wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Eli Lilly wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.