ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7260
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tj. van Rij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde recreatiegrond met beperkingen voor WOZ en OZB
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waarde van een perceel recreatiegrond aan de oever van de Drecht ter discussie. De gemeente had de waarde voor WOZ en onroerende-zaakbelastingen vastgesteld op €54.500, welke door eiser werd bestreden. Eiser voerde aan dat het perceel geen bebouwing, nutsvoorzieningen of andere voorzieningen heeft en dat het gebruik strikt beperkt is tot natuurgrond, waardoor de waarde aanzienlijk lager zou moeten zijn.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente niet aan haar bewijslast had voldaan. Het overgelegde taxatierapport en de vergelijkingsobjecten waren onvoldoende vergelijkbaar omdat deze wel bebouwing en voorzieningen hadden, terwijl het onderhavige perceel die niet heeft en ook niet mag hebben. Hierdoor is de waarde van het perceel in de economische zin lager dan de gehanteerde waarde.
De rechtbank stelde de waarde daarom vast op €20 per m², wat neerkomt op een totaal van €27.400. Tevens werd de aanslag onroerende-zaakbelasting dienovereenkomstig verminderd en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. De rechtbank gaf de gemeente tevens in overweging om vrijstelling van OZB voor dit soort natuurgebieden te onderzoeken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het perceel wordt vastgesteld op €27.400 en de aanslag onroerende-zaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.