ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7267
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering onroerende zaak volgens Wet WOZ
Verweerder stelde de waarde van de woning per peildatum 1 januari 2003 vast op €561.000 en handhaafde deze bij bezwaar. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en vorderde een verlaging tot €400.000. Ter zitting werd een taxatierapport overgelegd dat de waarde onderbouwde met vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar waren qua type, bouwjaar, ligging en onderhoudstoestand.
Eiser voerde aan dat de vergelijkingsobjecten niet passend waren en dat verkoopdata na de peildatum lagen, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder met het taxatierapport aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De verschillen tussen de woning en vergelijkingsobjecten waren voldoende gecompenseerd.
De rechtbank concludeerde dat de waarde in het economische verkeer was bepaald en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 27 april 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €561.000 wordt ongegrond verklaard.