ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7472
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Verheijen
- C.C. Dedel-van Walbeek
- M.Th. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Toekenning langdurigheidstoeslag ondanks gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering
Eiser vroeg langdurigheidstoeslag aan, maar zijn aanvraag werd afgewezen omdat hij in de 60 maanden voorafgaand aan de aanvraag gedeeltelijke WAO-uitkering ontving. Verweerder baseerde zich op artikel 36, eerste lid, onder b, van de WWB, dat geen inkomsten uit arbeid toestaat voor toekenning van de toeslag.
De rechtbank overwoog dat de wijziging van de grondslag in de bezwaarprocedure niet in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. Vervolgens onderzocht de rechtbank of het onderscheid tussen personen met een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering en personen met alleen een bijstandsuitkering objectief en redelijk was, mede gelet op artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) dat discriminatie verbiedt.
De rechtbank concludeerde dat het arbeidsmarktperspectief van gedeeltelijk arbeidsongeschikten slechter is dan dat van volledig arbeidsgeschikten en dat het onderscheid in artikel 36 WWB Pro niet op objectieve en redelijke gronden berust. Daarom moet de eis dat geen inkomsten uit arbeid zijn genoten buiten toepassing worden gelaten voor eiser.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalt dat verweerder de langdurigheidstoeslag aan eiser moet verlenen. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten en bepaalde vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat eiser recht heeft op langdurigheidstoeslag ondanks gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering en vernietigt het bestreden besluit.