ECLI:NL:RBSGR:2006:AY7917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.D. Veenendaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot eenhoofdig gezag en ontzegging omgangsrecht vader
De vrouw verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind te wijzigen in eenhoofdig gezag aan haar toe te wijzen en te bepalen dat de man geen recht op omgang met het kind heeft. De minderjarige woont sinds januari 2005 met de moeder in Nederland, nadat zij eerder in Italië verbleef. De vader heeft geen vaste woon- of verblijfplaats bekend bij de moeder en is niet verschenen ondanks oproepen.
De rechtbank oordeelt dat de minderjarige haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft en dat de Nederlandse rechter bevoegd is. De moeder stelde dat zij onder bedreiging een verklaring had getekend om de vader omgang te verlenen, maar deze stelling werd niet nader onderbouwd. De moeder vreest ontvoering door de vader en wil het gezag alleen aan haar toewijzen en het omgangsrecht ontzeggen.
De rechtbank stelt dat uit de feiten niet blijkt dat het belang van het kind vereist dat het gezag aan één ouder wordt toegekend. Communicatieproblemen tussen ouders zijn onvoldoende om gezamenlijk gezag te beëindigen. Ook is niet gebleken dat omgang met de vader niet in het belang van het kind is. De verzoeken van de moeder worden daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken van de moeder tot eenhoofdig gezag en ontzegging omgangsrecht vader worden afgewezen.