ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8004
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering eerdere ingangsdatum verblijfsvergunning regulier
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister om zijn bezwaar tegen de weigering van een eerdere ingangsdatum van een verblijfsvergunning regulier niet toe te wijzen. De aanvraag betrof verblijf wegens bijzondere schrijnende omstandigheden. De rechtbank overweegt dat volgens artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een verblijfsvergunning niet eerder kan worden verleend dan de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
Verweerder stelde dat eiser geen belang had bij een eerdere ingangsdatum, maar de rechtbank oordeelde dat dit belang wel aanwezig is, onder meer vanwege verschillen in intrekkingsgronden tussen vergunningen voor bepaalde en onbepaalde tijd. De rechtbank stelde vast dat de eerdere aanvraag niet in de voorgeschreven vorm was ingediend en dat de wet geen ruimte biedt voor een eerdere ingangsdatum dan de datum van ontvangst.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eiser niet aannemelijk maakte dat in vergelijkbare gevallen anders werd beslist. Ook het beroep op artikel 4:84 Awb Pro om een langere duur van de vergunning af te dwingen werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de gevraagde eerdere ingangsdatum af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een eerdere ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.