ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8020
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring ondanks lange duur en criminele antecedenten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn vreemdelingenbewaring, omdat inmiddels meer dan zes maanden zijn verstreken zonder dat duidelijk is wanneer uitzetting zal plaatsvinden. Hij stelde dat onvoldoende zicht bestaat op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat zijn identiteit niet volledig vaststaat.
Verweerder stelde dat op basis van ambtsberichten ongeveer twintig procent van Chinese illegale vreemdelingen wordt teruggezonden en dat in enkele gevallen na lange tijd alsnog laissez-passers werden afgegeven op andere personalia. De rechtbank overwoog dat ondanks de lange duur van de bewaring nog steeds zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.
De rechtbank weegt het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld tegen het belang van verweerder bij uitzetting. Gezien de criminele antecedenten van eiser en het feit dat het belang van verwijdering aanmerkelijk is, acht de rechtbank de voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.