ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8026

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
18 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 06/36725
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbVreemdelingenwet 2000Vreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding na bewaring in mensenhandelzaak zonder tijdige B9-status

Eiseres heeft op 26 juli 2006 aangifte gedaan van mensenhandel en werd daarop door verweerder in bewaring gesteld. Zij stelde dat op grond van het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) binnen 24 uur na aangifte een beslissing over de B9-status had moeten worden genomen, en dat zij daarom eerder had moeten worden vrijgelaten en een B9-status had moeten krijgen.

De rechtbank overweegt dat uit de processtukken blijkt dat eiseres geen B9-status is verleend, maar dat zij is vrijgelaten nadat zij tegen de weigering van verweerder beklag heeft ingediend. Hierdoor kan niet worden aangenomen dat de B9-status al op 27 juli 2006 had moeten worden toegekend en dat haar bewaring per die datum had moeten worden opgeheven.

De rechtbank concludeert dat de bewaring niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en dat er geen grond bestaat voor het toekennen van schadevergoeding. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ‘S GRAVENHAGE
Sector Bestuursrecht
Vreemdelingenkamer
Zitting houdende te Dordrecht
procedurenummer: AWB 06/36725
uitspraak van de enkelvoudige kamer
inzake
[eiseres], eiseres,
gemachtigde: mr. H.K. Westerhof, advocaat te Dordrecht,
tegen
de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie te ’s-Gravenhage, verweerder,
gemachtigde: drs. J. Kuper, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1. Op 31 juli 2006 is de rechtbank, door middel van een namens eiseres ingediend beroepschrift, ervan in kennis gesteld dat verweerder eiseres op 26 juli 2006 in bewaring heeft gesteld.
1.2. De zaak is op 11 augustus 2006 behandeld ter zitting van een enkelvoudige kamer.
Eiseres is ter zitting verschenen bij gemachtigde.
Verweerder is verschenen bij gemachtigde.
2. Overwegingen
2.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de bewaring van eiser op 2 augustus 2006 is opgeheven. Derhalve resteert de vraag of aan eiser de gevorderde schadevergoeding toekomt.
2.2. De rechtbank acht het beroep ongegrond en komt daartoe op grond van de navolgende overwegingen.
Eiseres heeft aangevoerd dat zij op grond van het beleid van verweerder zoals verwoord in de Vc 2000 (binnen 24 uur na aangifte van mensenhandel behoort daarop te worden beslist) eerder een B-9 status had moeten krijgen omdat zij reeds op 26 juli 2006 aangifte heeft gedaan van mensenhandel. De rechtbank overweegt dat uit de processtukken blijkt dat verweerder eiseres geen B-9 status heeft verleend maar dat eiseres is vrijgelaten omdat zij tegen verweerders weigering beklag heeft ingediend. Mitsdien kan niet worden volgehouden dat haar al op 27 juli 2006 de B-9 status had moeten worden verleend en dat mitsdien haar bewaring ook per die datum had behoren te worden opgeheven.
2.3. Niet is gebleken dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring ten aanzien van eiseres in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid ongerechtvaardigd is te achten.
Er bestaat derhalve geen grond voor het toekennen van schadevergoeding, zodat het verzoek daartoe wordt afgewezen.
2.4. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.5. Gezien het voorgaande beslist de rechtbank als volgt.
3. Beslissing
De rechtbank 's-Gravenhage:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus gegeven door mr. A.P. Hameete, rechter, en door deze en mr. N.M. Zandbergen, griffier, ondertekend.
De griffier,
De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op: 18 augustus 2006
Afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt één week na verzending van de uitspraak door de griffier.
Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank te bevatten en moet geadresseerd worden aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage. Men wordt verzocht een afschrift van de uitspraak mee te zenden.