ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8028
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na vreemdelingenbewaring ondanks schending inspanningsverplichting
Eiser verbleef van 28 april 2006 tot 11 augustus 2006 in strafrechtelijke detentie en werd daarna in vreemdelingenbewaring gesteld. Eiser stelde dat verweerder niet aan zijn inspanningsverplichting had voldaan om zijn uitzetting na de strafrechtelijke detentie mogelijk te maken, waardoor de bewaring onrechtmatig zou zijn. De rechtbank overwoog dat hoewel verweerder inderdaad niet aan deze inspanningsverplichting had voldaan, dit op zichzelf de bewaring niet onrechtmatig maakt.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie waarin is bepaald dat een schending van deze verplichting alleen leidt tot onrechtmatigheid als de belangen die met de bewaring worden gediend niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Gezien de criminele antecedenten van eiser, het ontbreken van identiteitspapieren, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfsplaats, het gebruik van aliassen en onvoldoende middelen van bestaan, woog de rechtbank de belangen van bewaring en uitzetting zwaarder dan de schending van de inspanningsverplichting.
Verder werd vastgesteld dat de periode tussen de strafrechtelijke invrijheidsstelling en de inbewaringstelling binnen de toegestane termijn viel. Er was geen sprake van onrechtmatige toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.