ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8464
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid relaas
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen. Verweerder achtte het asielrelaas ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van specifieke details, zoals namen van pornofilms en geloofwaardigheid van het bezoeken van prostituees. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze motiveringen onvoldoende onderbouwd waren. Verzoekers verklaringen werden als consistent en niet onaannemelijk beoordeeld, mede gelet op zijn analfabetisme en de context van zijn situatie.
De rechtbank constateerde dat verweerder ten onrechte het relaas ongeloofwaardig heeft bevonden en dat het besluit om de aanvraag af te wijzen in de aanmeldcentrumprocedure onzorgvuldig was. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist.
Daarnaast werd het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaard, omdat de maatregel niet in strijd was met de Vreemdelingenwet 2000 en er geen medische gronden waren voor opheffing. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker voor zowel de voorlopige voorziening als het beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.