ECLI:NL:RBSGR:2006:AY8657
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vergoeding schade en medische expertise na whiplashletsel militair vervoer
Eiser, een voormalig sergeant bij de Koninklijke Landmacht, liep op 13 februari 1997 whiplashletsel op bij een auto-ongeval tijdens militair vervoer. Verweerder erkende aansprakelijkheid, maar partijen kwamen niet overeen over de omvang van de schadevergoeding. Eiser verzocht om een gezamenlijke medische expertise op kosten van verweerder en vergoeding van buitengerechtelijke kosten, welke verzoeken werden geweigerd.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende concrete financiële schade had gesteld of bewezen, met name geen aantoonbare inkomensschade. Eerder was al vastgesteld dat verweerder niet verplicht was een medische expertise te laten verrichten zonder bewijs van schade. Het door eiser ingebrachte medische rapport toonde wel beperkingen aan, maar gaf geen aanknopingspunten voor verlies aan arbeidsvermogen.
Verweerder stelde dat de medische expertise niet volgens de geldende richtlijnen was uitgevoerd en dat geen klachten meer bestonden. Eiser betwistte dit en stelde dat er een consistent klachtenpatroon was. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de medische expertise en vergoeding van buitengerechtelijke kosten had geweigerd, omdat eiser niet voldeed aan de bewijsverplichting.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van concrete financiële schade en weigering van vergoeding buitengerechtelijke kosten.