ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9097
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker, van Iraanse nationaliteit, heeft een herhaalde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. Eerdere aanvragen uit 1995 en 1998 werden afgewezen en ook de daarop volgende beroepen ongegrond verklaard. De rechtbank beoordeelt of de huidige aanvraag nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevat die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker documenten overlegt die hij eerder had kunnen overleggen, zoals dagvaardingen uit 1993 en 1995, die reeds aan zijn moeder waren uitgereikt. Verzoeker kon deze documenten dus tijdig aanleveren. Ook de originele lidmaatschapskaart van een politieke organisatie en een schriftelijke verklaring van die organisatie zijn geen nieuw gebleken feiten, omdat vergelijkbare stukken al in eerdere procedures zijn beoordeeld.
Verder acht de rechtbank de algemene verslechtering van de mensenrechtensituatie in Iran onvoldoende om de eerdere besluiten te herzien. De informatie over mogelijke detentie van familieleden (Sippenhaft) is niet nieuw en geldt niet voor verzoekers situatie, mede omdat zijn broer in Nederland verblijft. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.