ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9163
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vreemdelingenbewaring van moeder met minderjarig kind in detentiecentrum
Eiseres, een Chinese vreemdeling, werd in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het vermoeden van onttrekking aan uitzetting. Haar minderjarige zoon verbleef tijdens deze bewaring bij haar in het detentiecentrum. Eiseres stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was, gelet op het ontbreken van identiteitspapieren, het niet naleven van vertrektermijnen en onvoldoende middelen van bestaan. Tevens werd bevestigd dat eiseres niet in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning, waardoor de uitzettingsplicht en medewerking daaraan gerechtvaardigd waren.
Hoewel de belangen van het minderjarige kind werden betrokken, oordeelde de rechtbank dat de bewaring niet onrechtmatig was. De voorzieningen in het detentiecentrum waren beperkt maar voldoende voor de korte duur van het verblijf. De minister werd verplicht met uiterste voortvarendheid te werken aan de uitzetting van moeder en zoon.
De rechtbank verwierp ook de aangevoerde schendingen van internationale verdragen zoals het IVRK en het EVRM, aangezien deze niet rechtstreeks toepasbaar zijn en de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.