ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9232
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van glazen scheidingswand bij gesprekken in Extra Beveiligde Inrichting
Eiser, een verdachte in een zeer complexe strafzaak, verblijft sinds juni 2006 in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) te Vught. De EBI hanteert huisregels die voorschrijven dat gesprekken tussen gedetineerden en hun raadsman plaatsvinden met een glazen scheidingswand, bedoeld om fysiek contact te voorkomen en de veiligheid te waarborgen. Eiser vordert in kort geding dat hij zonder deze scheidingswand met zijn raadsman mag overleggen, omdat het grote dossier en de vertrouwelijkheid van de stukken dit noodzakelijk maken.
De Staat verdedigt de huisregels als noodzakelijke veiligheidsmaatregel en wijst op de mogelijkheid voor eiser om via de beklagcommissie en beroepscommissie bezwaar te maken tegen beslissingen van de directeur. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet-ontvankelijk is voor het deel van zijn vordering dat ziet op de weigering van de directeur om af te wijken van de huisregel, omdat hiervoor een bijzondere rechtsgang openstaat. Voor zover eiser zich richt tegen de algemene regel, is hij wel ontvankelijk.
De rechtbank stelt vast dat de aanwezigheid van de glazen wand een belemmering vormt, maar dat deze niet per definitie onrechtmatig of disproportioneel is gezien de veiligheidsbelangen. De zaak van eiser is complex, maar de algemene regel is gerechtvaardigd en de mogelijkheid tot uitzondering bestaat. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering om zonder glazen scheidingswand met de raadsman te mogen overleggen wordt afgewezen en eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het deel dat ziet op de weigering van de directeur.