ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9277

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
25 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
249235 FA RK 05-4905
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 283 RvArt. 130 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen rechtsgeldig huwelijk vastgesteld tussen partijen

De vrouw verzocht de rechtbank om echtscheiding van de man, maar tijdens de zitting bleek dat er geen rechtsgeldig huwelijk tussen partijen was gesloten. De rechtbank verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot echtscheiding, verdeling en voortgezet gebruik van de echtelijke woning.

De vrouw diende vervolgens een aanvullend verzoek in om te verklaren dat niet is komen vast te staan dat er een rechtsgeldig huwelijk bestaat tussen partijen. De rechtbank stelde vast dat dit verzoek gegrond was en wees het verzoek tot echtscheiding af.

De rechtbank bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en wees het meer of anders verzochte af. De beschikking werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 augustus 2006 door rechter A.C. Olland.

Uitkomst: Er is geen rechtsgeldig huwelijk vastgesteld en het verzoek tot echtscheiding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector familie- en jeugdrecht
Enkelvoudige Kamer
Scheiding
rekestnummer: FA RK 05-4905
zaaknummer: 249235
datum beschikking: 25 augustus 2006
BESCHIKKING op het op 30 augustus 2005 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
procureur: mr. J. de Koning.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
wonende te [woonplaats],
procureur: mr. --.
PROCEDURE
Bij beschikking van 14 april 2006 van deze rechtbank en kamer is de vrouw in haar verzoeken tot echtscheiding, verdeling en voortgezet gebruik van de echtelijke woning niet-ontvankelijk verklaard, aangezien uit hetgeen de vrouw ter terechtzitting had verklaard was gebleken dat tussen partijen geen rechtsgeldig huwelijk is gesloten.
De vrouw heeft ter terechtzitting van 17 maart 2006 een aanvullend verzoek gedaan om te verklaren voor recht dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk.
De rechtbank heeft in genoemde beschikking van 14 april 2006 overwogen dat nu de man niet in het geding is verschenen, ingevolge het bepaalde in de artikelen 283 jo. 130 Rv. een verandering of vermeerdering van het verzoek is uitgesloten, tenzij de verzoeker de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan de wederpartij kenbaar heeft gemaakt.
De rechtbank heeft om proces-economische redenen de vrouw in de gelegenheid gesteld om het aanvullende verzoek bij exploot te betekenen aan de man. De behandeling van het aanvullende verzoek is daartoe aangehouden.
Het verzoek van de vrouw om een proceskostenveroordeling is eveneens aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken waaronder thans ook:
- het aanvullend verzoekschrift tot echtscheiding houdende wijziging van het verzoek,
- het exploot van betekening van dit aanvullende verzoekschrift.
Blijkens het aanvullende verzoekschrift heeft de vrouw haar oorspronkelijke verzoek aangevuld met een verzoek om te verklaren voor recht dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
BEOORDELING
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
De aard van de verzochte verklaring voor recht verzet zich tegen de verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Het verzoek zal als niet weersproken en op de wet gegrond in na te melden zin worden toegewezen.
Gelet op de aard van de zaak ziet de rechtbank tevens aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart voor recht dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, bijgestaan door mr. J.M.M. Bancken als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2006.