ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9280
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting Surinaamse vreemdeling
Eiser, een Surinaamse vreemdeling, werd op 6 september 2006 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring moet gericht zijn op uitzetting, waarvoor een reëel perspectief moet bestaan. Eiser betwistte de rechtmatigheid van de maatregel omdat de Surinaamse autoriteiten sinds april 2006 geen presentaties meer houden voor het verstrekken van laissez-passers, noodzakelijk voor zijn uitzetting.
De rechtbank stelde vast dat de Surinaamse autoriteiten geen verlopen paspoorten verlengen en dat terugkeer alleen op basis van een laissez-passer mogelijk is. Omdat de presentaties sinds april 2006 niet meer plaatsvinden en het onduidelijk is wanneer deze hervat worden, is er geen reëel zicht op uitzetting. Dit gold reeds bij aanvang van de bewaring.
Verweerder voerde aan dat eiser onvoldoende meewerkte en dat het belang van de openbare orde prevaleert, maar de rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was. De bewaring werd opgeheven per 2 oktober 2006 en eiser kreeg een schadevergoeding van €1940,-- toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644,--.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van reëel zicht op uitzetting en eiser krijgt schadevergoeding toegekend.