ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9346
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met eenhoofdig gezag en verblijfplaats minderjarigen in Nederland
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek tot echtscheiding van een echtpaar dat in 1995 in Irak was gehuwd en twee minderjarige kinderen heeft, geboren in Nederland. Beide ouders hebben de Nederlandse nationaliteit en het gezin verbleef sinds begin 2004 in Irak. De man is teruggekeerd naar Nederland, terwijl de vrouw en kinderen in Irak verblijven.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 4 lid 3 Rv Pro en dat Nederlands recht van toepassing is. De duurzame ontwrichting van het huwelijk stond vast, waardoor het verzoek tot echtscheiding toewijsbaar was. De rechtbank bepaalde dat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats bij de man in Nederland zullen hebben, ondanks dat zij momenteel in Irak verblijven.
Gezien het ontbreken van contact tussen de vrouw en de kinderen en de onduidelijkheid over haar verblijfplaats, achtte de rechtbank het belang van de kinderen gediend met eenhoofdig gezag voor de man. De rechtbank wees het verzoek van de man toe om het gezag eenhoofdig aan hem toe te kennen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De echtscheiding wordt uitgesproken, het eenhoofdig gezag wordt aan de man toegekend en de verblijfplaats van de minderjarigen wordt bij hem in Nederland vastgesteld.