ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9354
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Zoetermeer
Eiser parkeerde zijn auto op 3 oktober 2005 op een terrein aan de [a-straat] te Zoetermeer, een gebied met betaald parkeren. Tijdens een controle bleek geen geldig betaalbewijs aanwezig, waarna een naheffingsaanslag werd opgelegd. Eiser betwistte de aanslag omdat hij de aanduiding van het betaald parkeren niet had opgemerkt en stelde dat het terrein naast het RDW gratis parkeergelegenheid bood.
Verweerder stelde dat de parkeerzone duidelijk was aangegeven met borden en parkeerapparatuur, en dat eiser de aanduidingen zelf had gemist. De rechtbank oordeelde dat eiser zich op de hoogte had moeten stellen van de parkeervoorschriften en dat de bebording voldoende kenbaar was gemaakt. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd.
Daarnaast stelde eiser dat de invordering door Cannock Chase Public onbevoegd was. De rechtbank stelde vast dat het mandaat voor invordering slechts aan specifieke functionarissen van Mandaat B.V. was verleend en niet aan Cannock Chase Public. Hierdoor ontbrak rechtskracht aan de invorderingsmaatregelen van Cannock Chase Public. De rechtbank gelastte de gemeente het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard, maar de gemeente Zoetermeer is gelast het griffierecht aan eiser te vergoeden.