ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9536
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning na ongewenstverklaring
Verzoeker, van Surinaamse nationaliteit, is in 1997 ongewenst verklaard en meerdere malen geweigerd voor een verblijfsvergunning bij zijn partner. In 2005 werd echter een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) verleend. De aanvraag voor een verblijfsvergunning in juni 2005 werd afgewezen op basis van gevaar voor de openbare orde en de eerdere ongewenstverklaring.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de verleende mvv een rechtens relevant nieuw feit (novum) is dat aanleiding had moeten zijn tot heroverweging van de ongewenstverklaring. Verweerder heeft het gevaar voor de openbare orde niet getoetst aan de actuele situatie van verzoeker. Tevens is de suggestie gewekt dat de ongewenstverklaring niet meer tegen verzoeker zou worden toegepast.
Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verweerder wordt verboden maatregelen tot uitzetting te treffen totdat op het bezwaar is beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G. Laman op 29 september 2006.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt verboden tot uitzetting over te gaan totdat op het bezwaar is beslist.