ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9546
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A. van ’t Laar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortzetting leefgeld voor ex-ama na meerderjarigheid
Verzoekster, een ex-ama met Chinese nationaliteit, verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening die de voortzetting van leefgelden zou garanderen na het bereiken van haar achttiende verjaardag. Verweerder had de verstrekking van leefgeld beëindigd op grond van beleidsregels die dit voorschrijven bij het bereiken van meerderjarigheid, zonder individuele belangenafweging.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beleidsregels niet kennelijk onredelijk zijn en dat de omstandigheden van verzoekster, waaronder haar kind en de moeilijkheden bij terugkeer naar China, niet als bijzonder in de zin van artikel 4:84 Awb Pro kwalificeren. Ook werd geoordeeld dat de beëindiging geen inmenging in het gezinsleven inhoudt en dat verzoekster geen recht heeft op een individuele belangenafweging.
Hoewel de voorzieningenrechter erkende dat de situatie van verzoekster moeilijk is en dat de verantwoordelijkheid voor terugkeer volledig bij de ex-ama wordt gelegd zonder voldoende begeleiding, vond hij het niet opportuun om de leefgelden voort te zetten. De rechter benadrukte dat een sluitende aanpak van terugkeer en begeleiding ontbreekt, wat tot een zwervend bestaan kan leiden, maar dat dit geen reden is om de beleidsregels buiten toepassing te laten. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voortzetting van leefgeld aan ex-ama na meerderjarigheid wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet kennelijk onredelijk zijn van de beleidsregels.