ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9947
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Greeuw
- E.B. de Vries - van den Heuvel
- E.J. van Keken
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring en verlenging verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en onjuiste termijntoepassing
Eiser, van Dominicaanse nationaliteit, had van 1994 tot 2001 een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn moeder. Na diverse veroordelingen werd zijn aanvraag tot verlenging van deze vergunning door verweerder afgewezen en werd hij ongewenst verklaard. De rechtbank oordeelt dat de aanvraag tot verlenging ten onrechte als een eerste toelatingsaanvraag is aangemerkt, omdat eiser en zijn moeder zich tijdig hadden gemeld bij de Vreemdelingendienst, maar de aanvraag niet konden indienen vanwege een ongeldig paspoort. Hierdoor is de termijnoverschrijding niet aan eiser toe te rekenen.
Daarnaast is het besluit tot ongewenstverklaring onvoldoende gemotiveerd, omdat niet vaststaat dat eiser ten tijde van het besluit geen rechtmatig verblijf had. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en schorst de werking van het besluit tot ongewenstverklaring tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen op de bezwaren.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten en het griffierecht moet vergoeden. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd en de aanvraag tot verlenging verblijfsvergunning wordt als tijdig erkend; verweerder moet opnieuw beslissen op bezwaar.