ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0061
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- E.B. de Vries – van den Heuvel
- E.J. van Keken
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning ondanks gewekt vertrouwen
Eiser, een Togolese vreemdeling, vroeg een verblijfsvergunning aan voor arbeid in loondienst. Hoewel hem een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) was verleend, beschikte hij niet over een tewerkstellingsvergunning (twv), een vereiste volgens de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verweerder wees de aanvraag af en de rechtbank toetste dit besluit.
De rechtbank stelde vast dat het gewekte vertrouwen door de mvv niet leidde tot een verplichting voor verweerder om de verblijfsvergunning te verlenen zonder twv. Dit omdat de Wav dwingendrechtelijke bepalingen bevat die een afwijking niet toestaan. Het algemene belang van de Nederlandse staat bij een restrictief toelatingsbeleid woog zwaarder dan het individuele belang van eiser.
De rechtbank verwierp het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. Er was geen sprake van een ambtelijke misslag die duidelijk was voor eiser, noch van gewijzigde omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen gebruik maakte van zijn afwijkingsbevoegdheid en dat het vertrouwensbeginsel niet tot een andere uitkomst leidde.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.