ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0074
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning met waterverdedigingswerk en toepassing vrijstelling
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan de [a-straat] 11 te [Z], waarbij hij stelde dat de vrijstelling voor waterverdedigingswerken onjuist was toegepast. Volgens eiser behoorde ook de grond tussen de kade en de sloot tot het waterverdedigingswerk dat in beheer is bij het waterschap, waardoor deze grond buiten de waardebepaling zou moeten blijven.
Verweerder handhaafde de waarde van €629.255 en overhandigde een taxatierapport dat de woningwaarde op €733.900 taxeerde. De rechtbank oordeelde dat het waterschap slechts een toezichthoudende taak heeft ten aanzien van de tussenliggende grond en dat dit onvoldoende is om van beheer te spreken, waardoor de vrijstelling niet op dit gedeelte van toepassing is.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet aan zijn bewijslast had voldaan om de vastgestelde waarde te onderbouwen, mede vanwege onvoldoende onderbouwing van de vergelijkingsobjecten in het taxatierapport. Eiser slaagde er ook niet in een lagere waarde aannemelijk te maken. De rechtbank bepaalde daarom de waarde in goede justitie op €567.000.
De aanslagen werden dienovereenkomstig verminderd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak werd op 8 september 2006 in het openbaar uitgesproken door mr. G.J. van Leijenhorst.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €567.000 met toepassing van de vrijstelling beperkt tot de kade.