ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0091
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.H.M. Druijf
- J.R. van Es - de Vries
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens persoonlijke en bewuste deelname aan mensenrechtenschendingen in Afghanistan
Eiser, voormalig partijsecretaris, voorzitter van provinciale comités, lid van de Inspectie Commissie en gouverneur in Afghanistan, vroeg om een verblijfsvergunning als vluchteling. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser persoonlijk en bewust betrokken zou zijn geweest bij ernstige mensenrechtenschendingen gepleegd door de staatsveiligheidsdienst KhAD/WAD.
De rechtbank toetste het besluit aan de 'personal and knowing participation test'. Gelet op de prominente functies van eiser en de nauwe banden met de repressieve veiligheidsdienst, concludeerde de rechtbank dat eiser geweten moest hebben van de misdrijven en deze mede heeft gefaciliteerd. Ambtsberichten en deskundigenrapporten ondersteunden dit oordeel.
Eisers verweer, waaronder getuigenverklaringen die ontkenden dat hij personen aan KhAD/WAD zou hebben gerapporteerd, werden door de rechtbank onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk geacht. De rechtbank oordeelde dat verweerder de juiste juridische maatstaven heeft toegepast en het beroep ongegrond is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiser geen verblijfsvergunning kan krijgen op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, mede vanwege de uitsluiting op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning wordt geweigerd wegens persoonlijke en bewuste deelname aan mensenrechtenschendingen.