ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0120
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. de Graaff
- R.J.A. Schaaf
- H. Steenhuis
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging moord en veroordeling bedreiging echtgenoot met gevangenisstraf
Op 11 oktober 2006 heeft de rechtbank 's-Gravenhage uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging moord op haar echtgenoot. De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit, omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat zij het (voorwaardelijk) opzet had op de dood van haar echtgenoot. De feiten betroffen het vastbinden van de echtgenoot en het over het hoofd trekken van een plastic zak, wat door de rechtbank als bedreiging met een misdrijf tegen het leven werd aangemerkt.
De rechtbank overwoog dat ondanks een geschiedenis van geweld in de relatie, er geen sprake was van psychische overmacht die de wilsvrijheid van verdachte zou hebben aangetast. Deskundigen concludeerden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was, maar doelbewust en planmatig had gehandeld. De rechtbank verwierp het advies tot onvoorwaardelijke TBS omdat deze maatregel in het ressort niet uitvoerbaar is voor vrouwen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 69 dagen, waarbij de tijd in voorarrest in mindering werd gebracht. De vorderingen van de benadeelde partij tot schadevergoeding werden grotendeels afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd een inbeslaggenomen fles bruine vloeistof onttrokken aan het verkeer.
De uitspraak benadrukt de schending van de veiligheid en het vertrouwen in de huiselijke omgeving door het handelen van verdachte, maar oordeelt dat het bewijs onvoldoende is voor poging moord. De straf is afgestemd op de ernst van het bewezen verklaarde feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging moord en veroordeeld tot 69 dagen gevangenisstraf voor bedreiging van haar echtgenoot.