ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0189
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing energie-investeringsaftrek bij gesplitste investering in trekker en oplegger
Eiser, samen met zijn echtgenote ondernemer in de export van bloemen en planten, investeerde in een trekker met een opleggerchassis voorzien van een laadbak. De investeringsplichtingen werden aangevochten door de Belastingdienst vanwege vermeende te late aanmelding van de energie-investeringsaftrek.
De rechtbank stelde vast dat er twee afzonderlijke overeenkomsten waren: één voor de trekker (augustus 2000) en één voor de oplegger (na 19 januari 2001). De factuur van 26 januari 2001 betrof werkzaamheden aan de trekker en niet aan de oplegger, wat door eiser als gebruikelijk werd gesteld. De rechtbank achtte aannemelijk dat de opdrachtnemer al vóór de definitieve overeenkomst met de oplegger was begonnen met werkzaamheden op eigen risico.
Gelet hierop concludeerde de rechtbank dat de aanmelding voor de energie-investeringsaftrek op 26 april 2001 tijdig was, omdat de betalingsverplichting voor de oplegger pas op 20 februari 2001 was aangegaan. De beroepen werden gegrond verklaard, de navorderingsaanslagen vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen worden vernietigd omdat de aanmelding voor de energie-investeringsaftrek tijdig was.