ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0537
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens niet voldoen leges bij aanvraag verblijfsvergunning studie
Verzoeker, van Angolese nationaliteit, diende op 29 augustus 2005 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor studie. Bij indiening werd hij uitgenodigd de leges ter plekke te voldoen, maar hij betaalde deze niet. Ondanks mondelinge gelegenheid om het verzuim te herstellen, werd de aanvraag buiten behandeling gesteld. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank beoordeelde of de termijn voor herstel van het verzuim onredelijk kort was en of de verwijzing in het besluit naar het beleid WBV 2006/7, dat op dat moment niet van kracht was, gevolgen had voor de rechtmatigheid. De rechtbank stelde vast dat WBV 2006/7 een voortzetting is van WBV 2005/21 en dat beide beleidsregels inhoudelijk gelijk zijn, waardoor verzoeker niet in zijn belangen werd geschaad.
Verder oordeelde de rechtbank dat verzoeker voldoende was geïnformeerd over de noodzaak van betaling en dat het verschijnen zonder betaalmiddelen voor zijn eigen risico was. De geboden hersteltermijn werd niet als kennelijk onredelijk beschouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de verblijfsvergunningaanvraag wegens niet betaling van leges wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.