ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1051
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verblijfsvergunning wegens buiten schuld niet kunnen vertrekken afgewezen
Verzoeker, een vreemdeling van Wit-Russische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd omdat hij buiten zijn schuld niet uit Nederland kon vertrekken. Hij maakte bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit en stelde beroep in. De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd maar niet verplicht was een primaire beslissing te nemen en dat verzoeker niet ernstig in zijn procesbelangen was geschaad.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit ten onrechte ongegrond had verklaard en vernietigde dat deel van het besluit. Vervolgens werd beoordeeld of de aanvraag op goede gronden was afgewezen. Verzoeker had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij buiten zijn schuld niet kon vertrekken, mede omdat hij niet voldeed aan de objectieve beleidscriteria en onvoldoende inspanningen had verricht om reisdocumenten te verkrijgen.
Het beroep op artikel 13 EVRM Pro en het Verdrag inzake de rechten van het kind faalde, evenals het beroep op het mvv-vereiste. De rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat de Staat der Nederlanden het griffierecht aan verzoeker moest vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is gegrond verklaard, maar de aanvraag voor de verblijfsvergunning is afgewezen.