ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1216
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens niet in behandeling nemen verblijfsaanvraag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 8 augustus 2006 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij had op 5 augustus 2005 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning ingediend vanwege schrijnende omstandigheden, maar deze aanvraag werd door verweerder niet als volledig erkend en niet in behandeling genomen.
De rechtbank oordeelde dat het schrijven van 5 augustus 2005 als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht moest worden beschouwd, ook al was deze onvolledig volgens de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit. Verweerder had eiser binnen een redelijke termijn de gelegenheid moeten geven om de aanvraag aan te vullen, wat niet is gebeurd. Hierdoor was de voortzetting van de bewaring na het verstrijken van die termijn onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 29 augustus 2006 en wees een schadevergoeding van €1450 toe voor de periode van 8 tot en met 28 augustus 2006. Tevens werden de proceskosten van €644 ten laste van de Staat der Nederlanden aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vreemdelingenbewaring onrechtmatig, beveelt opheffing en wijst schadevergoeding toe van €1450.