ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1373
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring en weigering verlenging verblijfsvergunning geestelijk voorganger
Verzoeker, een geestelijk voorganger van Bosnische nationaliteit, werd bij besluiten van juni 2005 ongewenst verklaard en werd zijn aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning geweigerd. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden in november 2005 ongegrond verklaard. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.
Verzoeker vroeg vervolgens om voorlopige voorzieningen om de uitzetting te verbieden en hem in staat te stellen in Nederland te verblijven totdat op het beroep was beslist. De rechtbank hield een zitting in februari 2006, waarna het onderzoek werd geschorst en uiteindelijk gesloten zonder nadere zitting.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanleiding was om de gevraagde voorlopige voorzieningen te treffen, omdat de rechtbank op dezelfde dag al op het beroep had beslist door de eerdere besluiten te vernietigen en de rechtsgevolgen daarvan te schorsen. Wel veroordeelde de rechtbank de Staat tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht die verzoeker redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het verzoek tot voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.