ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1375

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
1 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 06/48245
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:77 AwbVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring en schadevergoeding

De vreemdelinge, met de Surinaamse nationaliteit, was in vreemdelingenbewaring gesteld en betwistte de voortzetting hiervan. Zij voerde aan dat er geen zicht op uitzetting was omdat de Surinaamse autoriteiten geen laissez-passer verstrekken zonder persoonlijke presentatie. De rechtbank overwoog dat de rechtmatigheid van de bewaring reeds eerder was bevestigd en dat het huidige geschil zich richtte op de rechtmatigheid van verdere voortzetting.

Verweerder had schriftelijk en ter zitting toegelicht dat er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Zo was de vreemdelinge schriftelijk gepresenteerd bij de Surinaamse autoriteiten en had een directielid van de IND een succesvolle missie naar Paramaribo uitgevoerd, waardoor de Surinaamse consul in Amsterdam instructies kreeg voor hervatting van persoonlijke presentaties.

De rechtbank vond geen feiten of omstandigheden die de voortzetting van de bewaring onrechtmatig maken of in strijd met de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank ’s-Gravenhage
sector bestuursrecht
vreemdelingenkamer, enkelvoudige kamer
__________________________________________________
UITSPRAAK
ingevolge artikel 8:77 Algemene Pro wet bestuursrecht
beroep vrijheidsontnemende maatregel
__________________________________________________
Reg.nr.: AWB 06/48245 VRONTN
Inzake : [A], V-nummer [V-nummer], thans verblijvende in het Detentiecentrum Zeist te Soesterberg, hierna te noemen de vreemdelinge,
gemachtigde mr. R.J. Portegies, advocaat te Amsterdam,
tegen : de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder, gemachtigde mr. M.A. Eckhardt, ambtenaar ten departemente.
I. PROCESVERLOOP
1. De vreemdelinge heeft gesteld te zijn geboren op [geboortedatum] 1980 en de Surinaamse nationaliteit te hebben.
2. Op 3 oktober 2006 heeft de vreemdelinge een beroepschrift ingediend bij de rechtbank. Het beroep is gericht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die verweerder bij besluit van 22 juli 2006 de vreemdelinge heeft opgelegd. In het beroepschrift is tevens verzocht om schadevergoeding.
3. De openbare behandeling van dit beroep heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2006. De vreemdelinge heeft zich doen vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
II. OVERWEGINGEN
1. De rechtbank stelt voorop dat over de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring als zodanig reeds is beslist bij uitspraak van deze rechtbank van 11 augustus 2006. Voorts heeft deze rechtbank laatstelijk bij uitspraak van 14 september 2006 geoordeeld dat het voortduren van de bewaring rechtmatig was.
Derhalve staat thans ter beoordeling of verdere voortzetting van de maatregel van bewaring, gegeven de omstandigheden van het geval, rechtmatig is.
2. De vreemdelinge heeft aangevoerd dat er momenteel geen zicht op uitzetting bestaat omdat de Surinaamse autoriteiten geen laissez-passer verstrekken als geen presentatie in persoon heeft plaatsgevonden.
3. Verweerder heeft de rechtbank schriftelijk inlichtingen verstrekt inzake zijn handelen strekkend tot uitzetting van de vreemdelinge uit Nederland. Verweerder heeft voorts ter zitting betoogd dat er nog steeds voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.
4. Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het voortduren van de onderwerpelijke vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Verweerder heeft ter verkrijging van een geldig document voor grensoverschrijding de vreemdelinge schriftelijk gepresenteerd bij de Surinaamse autoriteiten. Er is vooralsnog geen grond om aan te nemen dat dit onderzoek geen positief resultaat zal hebben.
Ter zitting heeft verweerder aangevoerd dat op 17 oktober 2006 een directielid van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een bezoek heeft gebracht aan de Surinaamse autoriteiten te Paramaribo. Deze missie is geslaagd met als gevolg dat de Surinaamse consul te Amsterdam de instructie zal krijgen voor hervatting van de presentaties in persoon.
4. Niet is gebleken van feiten en omstandigheden die meebrengen dat de voortzetting van de bewaring ten aanzien van de vreemdelinge in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten.
5. Het beroep is derhalve ongegrond. Er is geen grond voor het toekennen van schadevergoeding.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De rechtbank ’s-Gravenhage
RECHT DOENDE:
1. verklaart het beroep ongegrond;
2. wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus gedaan door mr. M.T. Paulides en uitgesproken in het openbaar op 1 november 2006, in tegenwoordigheid van J.J. Kip, griffier.
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op: