ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ1375
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring en schadevergoeding
De vreemdelinge, met de Surinaamse nationaliteit, was in vreemdelingenbewaring gesteld en betwistte de voortzetting hiervan. Zij voerde aan dat er geen zicht op uitzetting was omdat de Surinaamse autoriteiten geen laissez-passer verstrekken zonder persoonlijke presentatie. De rechtbank overwoog dat de rechtmatigheid van de bewaring reeds eerder was bevestigd en dat het huidige geschil zich richtte op de rechtmatigheid van verdere voortzetting.
Verweerder had schriftelijk en ter zitting toegelicht dat er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Zo was de vreemdelinge schriftelijk gepresenteerd bij de Surinaamse autoriteiten en had een directielid van de IND een succesvolle missie naar Paramaribo uitgevoerd, waardoor de Surinaamse consul in Amsterdam instructies kreeg voor hervatting van persoonlijke presentaties.
De rechtbank vond geen feiten of omstandigheden die de voortzetting van de bewaring onrechtmatig maken of in strijd met de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.